De Nationale ombudsman
Home
Contact
Wegwijzer
Vragen
English
Over de nationale ombudsman
Klacht over de overheid
Rapporten
Nieuws
Lees voor
Nieuwe rapporten
Rapporten (archief)
Grote onderzoeken
Zoek uitgebreid
RSS
Rapporten
Nieuwe rapporten
Rapporten (archief)
Grote onderzoeken
Zoek uitgebreid
zoeken
politie EN purmerend
Resultaten 11 t/m 20 van 22
verfijn zoekresultaat
|
hulp bij het zoeken
(opent in nieuw venster)
11
19-5-2005
Rapportnummer: 2005/0148 Rapport 2005/148 Verzoekster, ten tijde van de klacht werkzaam als politieambtenaar van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland, klaagde erover dat een politieambtenaar een van haar buren had geadviseerd om contact op te nemen met haar chef. Het bleek dat deze buurman zich over verzoekster al eerder tot het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland had gewend.
De Nationale ombudsman stelde voorop dat de politie in deze zaak meerdere opties ter beschikking stonden. De betrokken ambtenaar had aangifte kunnen opnemen, waarna wellicht een opsporingsonderzoek naar het door de buren geuite verwijt richting verzoekster was gevolgd. Een andere optie was dat de verwijzing naar de werkgever van verzoekster. De Nationale ombudsman oordeelde dat - rekening houdend met de omstandigheid dat de betreffende buren zich al eerder tot het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland hadden gewend - het niet onjuist was dat de betrokken ambtenaar de buren had geadviseerd contact op te nemen met de chef van verzoekster. Gezien de omstandigheid dat verzoekster ten tijde van het gebeuren werkzaam was bij het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland, er mogelijk sprake was van laakbaar handelen door een politieagent en het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland naar aanleiding van de meldingen van de buren geen andere passende maatregelen voor ogen had, maakte de Nationale ombudsman de politie op dit punt geen verwijt. Niet viel in te zien dat dit advies voor verzoekster verder strekkende consequenties zou hebben dan het opnemen van een aangifte. De Nationale ombudsman oordeelde dat er geen sprake was van strijd met het evenredigheidsvereiste en achtte de gedraging behoorlijk.
12
25-11-2003
Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland jegens hem is opgetreden. Verzoeker klaagt er met name over dat deze ambtenaar:
- toen hij verzoeker een bekeuring gaf wegens het stoppen op een vluchtstrook, hem niet de gelegenheid heeft gegeven om uit te leggen waarom hij op de vluchtstrook stond;
- hem zonder reden heeft geboeid;
- hem heeft verhoord als verdachte van het beledigen van een ambtenaar in functie, terwijl deze ambtenaar zelf de ambtenaar was die beledigd zou zijn;
- hem voorafgaande aan het verhoor, niet de cautie heeft gegeven;
...
13
18-10-2001
Verzoekster klaagt erover dat met naam genoemde ambtenaren van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland haar in de periode maart 1999 tot en met mei 1999 onheus hebben bejegend. Verzoekster klaagt er in het bijzonder over dat:
- een met naam genoemde politieambtenaar een met naam genoemde collega van hem heeft verboden om met verzoekster te spreken, hetgeen deze laatste ambtenaar heeft kenbaar gemaakt aan verzoekster; - een met naam genoemde politieambtenaar, die zij destijds nog nooit had gezien of gesproken, haar tussen ongeveer 13 en 27 april 1999 op het politiebureau onheus heeft bejegend door haar zonder kennelijke aanleiding te zeggen dat hij haar herkende aan de hand van haar signalement, waardoor zij zich zeer onprettig voelde;
- een met naam genoemde politieambtenaar die verzoekster als contactpersoon was toegewezen op 20 april 1999 zonder toestemming van verzoekster haar werkgever heeft gebeld om te informeren wat voor persoon zij was;
- de als contactpersoon aangewezen ambtenaar tegen haar had gezegd, toen verzoekster rond 27 april 1999 telefonisch contact met haar had gezocht, dat ze eerst maar eens onderzoek naar haar zou doen.
14
28-12-2001
Verzoeker klaagt erover dat een met naam genoemde ambtenaar van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland hem tijdens een gesprek op 10 september 1999 onheus heeft bejegend. Met name klaagt hij erover dat deze politieambtenaar tijdens het gesprek:
- heeft meegedeeld dat een door hem genoemde getuige niet zou worden gehoord omdat deze door verzoeker zou zijn gemanipuleerd;
- eiste dat verzoeker zich zou inspannen om weer op goede voet te komen met zijn buurvrouw;
- heeft aangekondigd dat hij verzoekers werkgever bepaalde voor verzoeker nadelige informatie zou verstrekken;
- heeft opgemerkt dat verzoeker een slecht voorbeeld zou zijn voor zijn kinderen.
15
15-9-1998
Verzoeker klaagt erover dat een met naam genoemde ambtenaar van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland op 11 december 1996, nadat deze hem had staande gehouden in verband met het overtreden van een inrijverbod, hem heeft geslagen, vervolgens heeft aangehouden en geboeid heeft overgebracht naar het politiebureau. ...
16
15-11-2000
Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland hem op 18 januari 1999 op het terrein van een derde hebben aangesproken over een door hem - mondeling - ingediende klacht over hun eerder die dag vertoonde verkeersgedrag.
Voorts acht hij de wijze waarop zij hem op dat moment benaderden onjuist en maakt hij er bezwaar tegen dat zij hem de vrije doorgang hebben belemmerd door voor hem te gaan staan. ...
17
30-6-2004
Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland op 11 juni 2003 - nadat verzoekster was aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te Purmerend - niet heeft toegestaan dat haar echtgenoot haar een injectie zou toedienen met Epi-pen. ...
18
13-2-1991
a. De wijze waarop de procureurs-generaal bij de gerechtshoven, fungerend directeuren van politie, uitvoering geven aan hun bevoegdheid ontheffing te verlenen dan wel te weigeren van het verbod op het gebruik van politiecellen en cellen in gebouwen van de Koninklijke Marechaussee (plaatsen bestemd voor inverzekeringstelling) die niet voldoen aan minimumeisen zoals die zijn vastgesteld in de Beschikking van de minister van Justitie van 20\augustus ...
19
29-7-2005
Rapportnummer: 2005/0226 Verzoekers buren ondervonden overlast van verzoekers hond en hebben de politie gewaarschuwd. Na overleg met een politieambtenaar heeft verzoeker een antiblafband voor zijn hond gekocht, waardoor de hond niet meer blafte als deze alleen thuis was. Ongeveer een jaar na aanschaf van de antiblafband ging deze kapot. Verzoeker bood de antiblafband ter reparatie aan en stelde de politieambtenaar van het defect op de hoogte. Volgens verzoeker zegde de politieambtenaar hem toe dat hij zijn buren (als ze opnieuw bij de politie zouden klagen) en collega's op de hoogte zou stellen van het defect. Verzoeker klaagde er onder meer over dat de politieambtenaar deze toezegging niet was nagekomen.
20
11-10-1999
Verzoeker, een asielzoeker uit Sri Lanka, klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Zaanstreek-Waterland op 22 januari 1998 ten onrechte zijn woning zijn binnengetreden om hem op te halen teneinde hem uit Nederland te verwijderen en hem niet in de gelegenheid hebben gesteld zichzelf hiertoe te melden.
Voorts klaagt verzoeker erover:
- dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie (IND) de brieven van zijn advocaat van 2 oktober 1997 en 27 januari 1998 niet schriftelijk heeft beantwoord;
- dat een ambtenaar van de IND, regio Noord-West, op 16 maart 1998 bij zijn advocaat naar zijn verblijfsplaats heeft geïnformeerd. ...
vorige
volgende