rapport 1999/244
Klacht
Op 27 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer drs. W. te Rijswijk, met een klacht over een gedraging van de Visadienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie en de Minister van Buitenlandse Zaken gezamenlijk, werd een onderzoek ingesteld.
Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd:
Verzoeker klaagt over de duur van de behandeling van de aanvraag van 8 mei 1998 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van zijn vriendin door de Visadienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Verder klaagt hij erover dat de Visadienst hem medio 1998 tegenstrijdige informatie heeft verschaft over de vraag of het voor de behandeling van de mvv-aanvraag nodig was een ongehuwdverklaring uit Indonesië over te leggen.
