rapport 2001/061

datum: 28-2-2001bewaren | bestellen | help (opent in nieuw venster)

Klacht

Op 19 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer P. te Utrecht, met een klacht over een gedraging van de Visadienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die is ondergebracht bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie (IND).
Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie gezamenlijk, werd een onderzoek ingesteld.

Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd:

Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Visadienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie (IND), zijn klacht van 18 augustus 1999 over informatieverstrekking en de bejegening door medewerkers van de Visadienst heeft behandeld. In dit verband klaagt hij erover dat de Visadienst in zijn reactie op de klacht niet inhoudelijk heeft gereageerd op zijn grieven, maar slechts informatie heeft verstrekt over de behandeling van het verzoek om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan zijn partner.
Voorts klaagt hij erover dat de Visadienst hem niet tussentijds uit eigen beweging heeft geïnformeerd over de behandeling van de mvv-aanvraag. Ten slotte klaagt hij erover dat medewerkers van de informatielijn van de IND hem herhaaldelijk onvoldoende hebben geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de behandeling van de mvv-aanvraag van zijn partner. De medewerkers van de informatielijn adviseerden hem telkens om over drie weken opnieuw telefonisch contact op te nemen, zonder hem specifieke informatie over de stand van zaken te geven.

Lees voor